Nieuwe Waterschapswet 2026
Het waterschap zorgt voor droge voeten en schoon, gezond water. Om dit werk uit te voeren, is geld nodig. Daarom heft het waterschap belastingen op basis van de Waterschapswet.
Per 1 januari 2026 is de aangepaste Waterschapswet in werking getreden. Het belastingstelsel uit 2009 kende een aantal knelpunten. Om deze op te lossen en het stelsel eerlijker en toekomstbestendiger te maken, hebben de waterschappen de minister van Infrastructuur en Waterstaat gevraagd om aanpassing van de wet. Dit heeft geleid tot een vernieuwd belastingstelsel dat vanaf 2026 geldt.
Belangrijkste veranderingen in het belastingstelsel
- Meer gebaseerd op profijt
De kosten voor droge voeten en voldoende en schoon water worden eerlijker verdeeld. Daarbij wordt meer gekeken naar wat het waterschap daadwerkelijk voor inwoners en bedrijven doet (het profijtbeginsel). - Gebiedskenmerken in plaats van alleen waarde
De waarde van woningen, panden en gronden is niet langer bepalend voor de kostenverdeling. Voortaan wordt gekeken naar de kenmerken van het gebied en wat deze betekenen voor het werk van het waterschap. - Ruimte voor maatwerk
Het waterschapsbestuur mag binnen een bepaalde bandbreedte de kostenverdeling aanpassen, mits daar goede redenen voor zijn. Zo kan de belastingontwikkeling per groep evenwichtig blijven en beter aansluiten bij het werk dat het waterschap uitvoert. - Milieuvriendelijker meten van vervuiling
Voor het bepalen van de vervuiling van afvalwater zijn geen schadelijke stoffen meer nodig bij laboratoriumanalyses.
Aparte tarieven voor woningen en bedrijfspanden
Tot nu toe betaalden eigenaren van woningen en bedrijfspanden hetzelfde tarief. Omdat de waarde van woningen de afgelopen jaren sterker is gestegen dan die van bedrijfspanden, gingen woningeigenaren automatisch een groter deel van de kosten betalen — zonder dat het waterschap meer werkzaamheden voor hen verrichtte.
Vanaf 1 januari 2026 geldt daarom een apart belastingtarief voor eigenaren van woningen en voor eigenaren van bedrijfspanden. Dit zorgt voor een evenwichtiger ontwikkeling van de belasting voor alle soorten gebouwen.
Veranderingen in de Zuiverings- en Verontreinigingsheffing
Voor grote bedrijven waarbij de vervuilingswaarde van hun afvalwater gemeten en geanalyseerd wordt, gelden vanaf 1 januari 2026 nieuwe analysemethoden. Deze methoden zijn milieuvriendelijker, omdat laboratoria geen schadelijke stoffen meer hoeven te gebruiken.
Bij andere bedrijven wordt de vervuilingswaarde bepaald via de zogenoemde tabel afvalwatercoëfficiënten. Hierbij wordt het waterverbruik vermenigvuldigd met een coëfficiënt uit één van de vijftien klassen.
Ongeveer 95% van deze bedrijven valt in klasse 8. Deze klasse geldt voor afvalwater van huishoudelijke aard. Daarom heeft de wetgever besloten dat nieuwe bedrijven standaard in klasse 8 worden ingedeeld, tenzij uit onderzoek blijkt dat een hogere of lagere klasse van toepassing is.
Voor bestaande bedrijven die eerder, zonder individueel onderzoek, in een andere klasse zijn ingedeeld, geldt een overgangsregeling van tien jaar. Zij blijven in hun huidige klasse totdat het waterschap of het bedrijf een individuele afvalwatercoëfficiënt heeft vastgesteld.
Voor kleinere bedrijven die worden aangeslagen voor één of drie vervuilingseenheden verandert er niets.
Afspraken over separate afvalstromen
Afvalwater dat niet via het riool naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie wordt afgevoerd — bijvoorbeeld per tankwagen of via een aparte leiding — valt vanaf 1 januari 2026 niet meer onder de Zuiveringsheffing. Waterschappen maken hierover voortaan individuele prijsafspraken met de aanbieders van dit afvalwater.
Meer informatie
Wilt u meer weten over de nieuwe Waterschapswet? Kijk dan op de website van de Unie van Waterschappen.